Aan de grond genageld

Ik kijk maar zelden in de spiegel. En als ik dat doe, gaat het meestal om een detail, omdat ik wil zien wat dat pukkeltje is dat ik voel. Of om eerlijk te zijn: omdat ik eraan wil krabben en friemelen. Of omdat ik op het allerlaatste moment wil weten of ik niet als een complete heks het huis verlaat en mijn haar alle kanten op steekt. Hoe dat ook, het is meestal een flitsende momentopname. Eigenlijk weet ik beter hoe jij eruit ziet dan dat ik dat van mezelf weet. Ik herken jou duizenden malen eerder dan mijzelf. Als ik een vriendin ophaal bij de trein, herken ik haar al van verre tussen al het uitstromende treinpubliek. Door haar houding, haar haar. Als ik mezelf zou moeten zoeken, zou ik wachten tot iedereen weg is en er eentje overblijft.

Toch sta ik aan de grond genageld, net voorbij de bloemkool, als ik mezelf zie lopen. Het korte bruine jasje, de te brede billen eronder in een net verkeerde maat spijkerbroek, het donkere, krullende haar en als niet te verwaarlozen detail, een wat slordig onder mijn jasje uitstekende bloes. Ik loop naar de melk toe, met een mandje in mijn hand, terwijl ik met mijn karretje niet meer van m’n plaats kan komen van schrik. En dan, net voor de afslag naar de koeling, kijk ik om. Ach, ik draag een bril!

Even schiet door me heen: zou ik dan toch een tweelingzus hebben? Als kind al kon ik over haar fantaseren. We wisten niet van elkaars bestaan, maar ineens kwamen we elkaar tegen en toen bleek natuurlijk een ongelofelijke band tussen ons te bestaan. Zo’n rare wens is dat niet: over zo’n verhaal bestaat een gewilde kinderfilm en ooit leerde ik dat er boeiend onderzoek gedaan is onder eeneiige tweelingen die na de geboorte gescheiden zijn en volkomen onwetend van elkaars bestaan opgegroeid zijn.

Het zou kras zijn als het echt mijn tweelingzus zou zijn. Ik ga er maar even niet van uit, maar vervolg mijn weg langs de pasta en tomaten in blik. En ik neem me voor de komende weken elke dag boodschappen te gaan doen, in de hoop haar nog eens tegen te komen. Voor die gelegenheid laat ik alvast een fotootje van mezelf in mijn jaszak glijden, zodat ik dan even kan checken of ze echt op me lijkt, want zoals ik al zei: ik zou mezelf pas herkennen als ik als laatste stond te wachten. Op mij natuurlijk.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email