Alleen bij anderen

Er zijn dingen waarvan je weet dat ze gebeuren en waarvan je nog zekerder weet dat dat alleen bij anderen gebeurt. Totdat het jezelf overkomt, of je kinderen. En zo loop ik op oudejaarsavond een uur lang handdoekjes nat en koud te maken op de Eerste Hulp in het ziekenhuis. Elke tien seconden wil zoon een versgekoelde doek om zijn ontvelde gezicht te deppen. Een uur eerder zag de naderende avond er nog vrolijk en gezellig uit. Nu had ik vier geschrokken jongens thuis achtergelaten met het dringende verzoek geen vuurwerk af te steken tot ik weer terug was. Wanneer dat zou zijn en met wie, ik had geen idee.

De eerste arts keek geschokt naar het vuurrode gezicht van zoon, onderzocht het voorzichtig en haalde zijn collega erbij. Werk voor de chirurg besloten ze en dus werden we opgehaald om naar een andere afdeling in het ziekenhuis te gaan. In een doodstille gang kregen we een kamer toegewezen en het wachten begon. Gelukkig was het een kamer met kraan en konden we de handdoekkoeling gewoon doorzetten. Na een tijdje kregen we buren, een jongetje met een brandwondje op zijn rug. Dat vergrootte de kans dat we niet vergeten zouden worden in die verlaten afdeling. En inderdaad, na een uur kwam er een arts. Gelukkig, want etenstijd was al lang voorbij en ik begon me al af te vragen of we een pizza zouden moeten bestellen. Niet dat zoon honger had, hij was vooral bezig met de gedachte hoe hij er uit zou komen te zien en hoe hij de pijn kon verminderen.

Geen schrik bij deze arts. Wel onbegrip over de risico’s die mensen nemen met vuurwerk. Een van z’n patiënten was een been kwijt door carbid schieten en nu weer een joch met een verbrand gezicht. Pas in het ziekenhuis hoorde ik wat er eigenlijk gebeurd was. Thuis was daar geen tijd en noodzaak voor, ook al hadden de vrienden aangeboden het me even te laten zien. Het ongeval was opgenomen. Natuurlijk niet met dat doel, maar omdat er een spectaculaire explosie bedoeld was. Die kwam er ook, maar dan nog met één van hun vrienden er middenin. Mijn zoon.

De doeken hadden effect. Tegen de tijd dat een verpleegkundige kwam om zalf aan te brengen, was de ergste brand er uit. De zalf werkte verkoelend en met een afspraak op zak konden we weer naar huis. De avond verliep verder ongewoon kalm. Andere jaren liepen ze regelmatig buiten rond om hun voorraad vuurwerk weg te werken. Nu zaten de verzamelde jongens voor de tv. De avondmaaltijd vereenvoudigde drastisch en met z’n allen aten we toch nog, ongewoon laat. Daardoor was het ineens twaalf uur. De vrienden gingen toch nog even knallen, voor de deur dit keer, en zonder rare acties. Buren liepen binnen om zoon een gelukkig nieuwjaar te wensen. Hij liet zich niet zien, zat alleen voor de tv.

Intussen had ik de beelden wel gezien, die staan nu voor altijd op mijn netvlies gebrand. Zoon noemde het een steekvlam. Het was de grootste steekvlam die ik ooit gezien heb. Een van de vrienden vertelde dat hij zoon niet eens meer kon zien door de vlam. Een ander zag dat zijn haar brandde, ik zag vooral dat hij waanzinnig veel geluk had gehad. Zijn ogen nog heel, zijn oren niet verbrand en erger dan tweedegraads verbranding is tot nu toe niet ontdekt. Zoon ziet dat anders. Pech, vindt hij het. Hij had het allemaal goed bedacht, alleen dat ene vonkje gooide roet in het eten.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email