Bloemen

Weer of geen weer, vrijwel elke dag staat ze er, net buiten de zone van de supermarkt in onze buurt. Met een stapeltje krantjes en haar allerliefste glimlach. Negenendertig is ze, moeder van twee kinderen die tegenwoordig bij oma wonen, ver weg in Bulgarije.
Die dingen heb ik op kunnen maken uit haar beperkte woordenschat. Bijna altijd als ik haar tref, maak ik kort een praatje met haar. Met handen en voeten en zoekend naar een blik van herkenning bij de woorden die ik gebruik. Ze gaat met sprongen vooruit de laatste tijd. Niet door mijn praatje, maar omdat ze naar school gaat. Of tenminste, het woord school komt veel voor in wat ze vertelt.

Ik kom langs met een arm vol lege tassen. “Hallo!”, begroet ze me hartelijk. “Jij goed? Jij vandaag werken?”, wil ze weten. “Nee, vandaag werk ik niet. Vandaag ben ik jarig.” Ik zie haar zoeken en denken. Jarig, jarig, een nieuw woord, maar dan bespeurt ze het woord jaar erin. “Jaardag? Goed! Goed!”. Ze pakt me bij mijn arm. Haar krantjes rollen bijna op de grond. “Ik bloemen halen voor jou.” Maar nee, dat wil ik niet. Stuur je geld alsjeblieft naar je kinderen, denk ik.

Als ik terugkom met een kar vol lekkers voor de visite, geef ik haar een bounty. Taart heb ik niet, maar een bounty heeft iets feestelijks, alleen al de zonnige verpakking. Op weg naar de auto, springt iemand ineens in mijn nek. De vrouw van de krantjes. Met een vrolijk bosje gerbera’s. Precies wat bij me past. Drie dikke zoenen landen op mijn wang en plotseling huppelt ze weer weg. Gauw weer aan het werk, kranten verkopen.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email