Boven het harmonium

Daar hangt hij zomaar boven het harmonium, in een witte lijst. Franklin heet hij, maar in de kinderen onder de foto noemden vast heel keurig Meneer Walker, de man met wie hun vader zaken deed.

Hun vader, mijn overgrootvader, verbouwde vlas. Dat klinkt alsof hij een boer was, maar meer nog was hij de directeur van een goedlopend bedrijf. Zelf heb ik hem nooit gekend. Slechts eenmaal heb ik mijn opa over zijn vader horen spreken, midden in een discussie over arbeidsomstandigheden in vroeger tijden. Hij had het over zijn vaders vlasbedrijf en al het personeel dat er was. Politiek gezien stonden mijn opa en ik mijlenver uit elkaar. Mijn opa stond dichterbij zijn vader. Een man van het ondernemen, van de handel vooral. Een man die niet met zich liet sollen en met graagte de wereld naar zijn hand zette. Een man die niet twijfelde over de juistheid van zijn keuzes.

Zo’n man moet mijn overgrootvader ook geweest zijn. Mijn opa leefde die eigenschappen uit op de wereldzeeën. Zijn vader kwam het dorp amper uit. Maar misschien droomde hij wel van de verten, met het portret van Walker aan de muur, een Ier met een huis in Rotterdam, nog een in Engeland en zijn echte thuis in de buurt van Belfast.

Niet alleen vonden mijn overgrootouders dat Walker bij hun hoorde, omgekeerd was dat ook zo. Toen Franklins vrouw overleed, lang voor deze foto gemaakt werd, stuurde hij zijn zijn goede leverancier een rouwkaart. Ook stuurde hij hem gelukswensen voor het nieuwe jaar. Minstens eenmaal kwam hij op bezoek en nam zijn nieuwe vrouw of dochter mee. Ook daarvan bestaat een foto, waarschijnlijk genomen door Franklin zelf, want die ontbreekt. Wel staan mijn opa, drie van zijn dochters en Mrs of Miss Walker erop. Voor de kerk natuurlijk. Het waren tenslotte andere tijden.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email