Dankzij de belastingdienst

“Belt je moeder nog weleens?”, vraagt mijn buurvrouw als we het over ouders hebben. Eigenlijk nooit meer, realiseer ik me. In de afgelopen jaren is het belcontact van haar kant afgenomen van meerdere keren per dag naar nul. Heel, heel soms belt ze nog. Haar telefoonrekening is dan ook niet hoog.

Ik heb het nog niet uitgesproken of daar gaat de telefoon. ‘Mam’ staat er in het venster op mijn telefoon. “Ik heb hier een brief van de belastingdienst, wacht, ik lees hem even voor…..”, begint ze. “En als je meer wilt weten kun je ze ook bellen. Wil je het nummer?” Nee, dat hoeft niet, dat kan ik wel vinden als ik het nodig heb.

De volgende dag belt ze weer. “Zeg, ik heb een brief van de belastingdienst gekregen, maar die moet maar naar jou he?”. Ja, die neem ik volgende keer wel mee. Leg hem maar in de la. We praten verder over het weer en het opkomende groen en hangen weer op.

Twee dagen later gaat de telefoon weer: “Ik heb hier een envelop van de belastingdienst, maar er zit niks in.” “Geeft niet hoor, dat ligt in de la. Dat vind ik wel als ik langskom. Zo groot woon je gelukkig niet.” “Hahaha, nee, dat is waar. Ik woon hier wel lekker hoor. En ze zorgen zo goed voor me, maak je over mij maar geen zorgen. Ik hoef niet te koken en ik was pas ziek en toen kwamen ze af en toe eens kijken hoe het ging.”

Zojuist luisterde ik de voicemail af. U heeft één bericht. “Hoi, met mij. Ik heb helemaal geen bericht, hahaha. Ik dacht gewoon: kom, ik bel m’n dochter eens even. Even horen hoe het met je gaat, maar je bent er niet. Nou ja, bellen we een andere keer. Daahaag!”

Door die ene blauwe envelop zit ik ineens weer in haar systeem. Jammer dat ik er niet was!

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email