Het eerste huis

Het eerste huis dat ik me kan herinneren is het rijtjeshuis. Of nee, eigenlijk was het een twee-onder-een-kap-woning, maar dat klinkt een stuk groter dan het was. Een hele rij met twee-onder-een-kapwoningen aan de rand van een dorp. Stad noemde iedereen het, maar hemel, wat was het een dorp. In elk geval voor ons. We leefden in een paar straten in onze buurt, waar onze vriendjes en vriendinnetjes woonden.

In mijn beleving waren er vroeger veel meer kinderen dan nu, maar als ik in gedachten alle voordeuren langs ga, valt de oogst in ons blok bitter tegen. Naast ons waren de kinderen al volwassen, de buren daarnaast had ook al heel grote jeugd, waarvan een deel de deur uit was. Pas veel verderop woonden twee kleine meisjes.

Bij ons om de hoek woonde tante Paula. Natuurlijk geen echte tante, net zo min als tante Ger naast ons familie was. Maar zo noemde je de kennissen en vrienden van je ouders, tante of oom. Maar niet de ouders van mijn vriendje Bertil. Hun tuin grensde aan de onze, maar buurman en buurvrouw noemde ik ze niet. Ik probeerde een aanspreektitel zoveel mogelijk te vermijden. Soms perste ik er ‘mevrouw’ uit en als ik haar echt moest roepen, noemde ik haar maar bij haar functie: “Moeder van Bertil”, riep ik dan, diep ongelukkig. Gek genoeg kwam ze dan wel, dus echt vreemd was het blijkbaar niet.

Misschien mocht ik haar ook wel tante noemen, maar dat vond ik haar niet. Ze was streng, veel strenger dan mijn moeder. Bertil moest staand, met zijn laarzen nog aan, in een emmertje bij de achterdeur plassen als hij naar de wc moest. Binnenkomen was verboden voor vieze jongetjes. Daarom begreep ik totaal niet waarom hij altijd naar huis rende als hij bij mij speelde en ineens moest plassen. Bij ons mocht je tenminste gewoon op de wc.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email