Het laatste groen

Na elke verhuizing haast ik me om het huis fris in de verf te zetten, wat meestal maar deels direct lukt, en een nieuwe vloer te leggen. Het moet mijn eigen huis worden en vooral licht en vrolijk zijn. Zelfs na mijn scheiding, toen ik nog een tijd in ‘ons’ huis bleef wonen, ben ik meteen aan de slag gegaan om het met mijn beperkte budget zoveel mogelijk ‘mijn’ huis te maken.

Maar bij de laatste verhuizing lag dat anders. Het was het droomhuis van mijn vader. Een nieuwbouwhuis met veel ruimte binnen en buiten. Het stond vol met jeugdherinneringen. De bank, de kastjes, het servies, zelfs de hagelslagstrooier van venz stond nog in de keuken. Dus om daar als een wilde in te gaan maaien, viel me te zwaar. De bank ging eruit, de piano en de eettafel mochten nog een tijdje blijven, de kastjes verhuisden naar zolder en het hagelslagpotje stond veilig in het keukenkastje. Wat na al die actie bleef was de plavuizen vloer en vooral overal lichtgroene muren. Heel doordacht had mijn vader al die muren citroengroen laten verven. En beneden ook nog eens laten vol smeren met spachtelputz.

Dat betekende een gang naar de verfwinkel, die ik verliet met heel veel hele grote potten latex. Spierwit. Dagenlang heb ik met hulp staan rollen en kwasten. Eerst voorstrijken met een kwast, zodat de verf in één keer zou dekken volgens de verfspecialist, wat betekende dat er drie lagen latex op moesten.
Na de woonkamer volgden de afgelopen jaren stuk voor de stuk de slaapkamers en de gangen. Alleen in de hal bleef één wand onveranderd, om nog een klein stukje vader in huis te houden: lichtgroen met zijn ijzeren kapstok eraan. En daaronder het telefoonkastje van veertig jaar terug, gedegradeerd tot schoenenkast.

Wat in het begin nostalgie opriep, werd steeds vaker een bron van ergernis. De iets te donkere hal, de wat groezelige muur, het kastje in die toch al kleine ruimte. En ineens was het gedaan. Op zoek naar een kleurenwaaier voor de schuifdeur kwam ik langs de potten latex. Voor ik het wist lag er één in mijn karretje, plus een roller. En nu is ie wit. Spierwit met alleen nog maar een kapstok. De schoenen uit het kastje zijn naar de meterkast en kledingkast verplaatst. Het prikbord dobbert in de container en ik geniet van de stralende, lege, lichte hal.

Het is tijd dat het mijn huis wordt. Bovendien weet ik inmiddels al te goed dat ik niet eens mijn ogen hoef te sluiten om weer voor me te zien hoe het ooit was. Het is goed, het is tijd. Na vijf jaar eindelijk tijd voor het afscheid van het laatste stukje groen.

1 Comment

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email