Het laatste huis

Opa zit tegenover me in het restaurant. Voorzichtig nippen we aan onze kopjes. Hij koffie, ik thee.

– “En mijn huis”, begint hij. “Ik moet dringend weer eens naar huis.”
– “Welk huis?”, vraag ik een beetje in de war door zijn opmerking.
– “In Schiedam natuurlijk!”

Zo natuurlijk komt mij dat helemaal niet voor. Ik ken opa in een bungalow in Loenen en eerder in een bungalow in Rotterdam. Uit de verhalen weet ik van eerdere huizen waar hij gewoond heeft, maar Schiedam zit daar niet tussen.
– “Oh, dat huis”, reageer ik toch maar. “Ach ja, daar wordt voor gezorgd hoor. Wil je hier weg dan? Is het hier niet fijn?”
– “Kind, ik vind het hier best. Ze zorgen hier prima voor me.”
– “En het eten, is dat een beetje goed?”
– ”Uitstekend.”
– “Nou, dan blijf je toch lekker hier?”
– “Kan dat dan zomaar? En mijn huis dan? In Schiedam.”
– “Daar wordt voor gezorgd, opa.”
– “Door mijn dochters?”
– “Ja, die zorgen daarvoor.”

Als de koffie en de thee eindelijk op zijn, breng ik hem weer terug naar zijn kamer. We moeten veel deuren door, die allemaal open kunnen. Alleen de op een na laatste niet. Daarvoor heb ik een speciale sleutel. Zo onopvallend mogelijk open ik de deur als ik weer wegga. Weer is het niet gelukt om hem bij zijn kamer achter te laten. Dus laat ik hem achter de gesloten glazen deur naar me zwaaien tot ik de lange gang uit ben.

Deze herinnering komt ineens na jaren weer bovendrijven. De herhaling is daar debet aan. Ik zit tegenover mijn moeder op de bank.
– “En, het huis?”, vraagt ze. “Hoe is het ermee?”
– “Het is verkocht”, vertel ik voor de 36ste keer.
– “Wat? Dat meen je niet! Wat een goed nieuws!”

Morgen teken ik het contract en draag ik de sleutels over aan de nieuwe bewoners. De sleutels van mijn moeders laatste huis. Maar het laatste woord hebben we er nog lang niet over gesproken.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email