Het moeilijkste stuk van mijn leven

img087Dit is het stuk dat ik niet wil schrijven. Ik ben al vijf keer opnieuw begonnen en verzand in details waar ik niet meer aan wil denken. Het begon allemaal met een telefoontje, maar dat is terugkijkend. Of misschien begon het wel met het antwoord op mijn vraag hoe het ging, eind oktober. “Als ik jou zie word ik rustig.” Ik zie nog voor me hoe mijn moeder naast mij zat, toen ze dat tegen me zei.

Een paar weken later was er dat telefoontje. Mijn moeder bleek al weken niet of nauwelijks te slapen. Ze was onrustig, zeiden ze. Zelf had ik dat niet gemerkt, maar ik kwam, pakte mijn boek uit mijn tas en kroop op de bank in haar kamer. “Jij gaat slapen en ik ga hier zitten lezen.” “Dat is goed. Dus jij gaat lezen? Dan ga ik ook lezen”, antwoordde ze. “Dat is goed”, zei ik. “Ga maar lekker slapen.” Terwijl ik bladzijde na bladzijde in mij opnam, merkte ik wederom niets van onrust bij mijn moeder. Ze sliep nog niet, lag te prevelen en wilde naar de wc. “Je bent erg moe mam, je kan bijna niet meer op je benen staan. Ga eerst maar een half uur slapen, dat houd je wel vol. Dan ben je een beetje aangesterkt.” Na een half uur werd ze wakker en wilde ze weer naar de wc. We schuifelden naar het toilet en weer terug.

Nog een tijdje lag ze te mompelen in bed. Het klonk als een gebed. “God, dank u voor dit kind”, ving ik op. Ik viste een zakdoekje uit mijn tas. Daarna werd het stil; ik las verder. Toen ik zelf naar mijn bed begon te verlangen, sloop ik met tas en boek stilletjes de kamer uit. “Ze heeft tot bijna de ochtend geslapen”, hoorde ik de dag erna, toen ik belde. Dat klonk goed. Dat moest ik nog maar eens herhalen.

Dat ik dat al zo snel zou herhalen, wist ik nog niet. Een paar dagen later ging de telefoon alweer. Een update met de zaken die uit het Multidisciplinair overleg naar voren waren gekomen. In dat kader had ik de dag ervoor een gesprek met de arts gehad. “Zoek uit wat de onrust veroorzaakt”, was mijn boodschap. “Je kunt mijn moeder wel pillen willen geven, maar dat neemt de oorzaak niet weg.  En als je geen medische oorzaak kunt vinden, laat de psycholoog er dan eens naar kijken.”

Maar zo liep het niet. De volgende ochtend ging de telefoon weer. “… de hele ochtend niet aanspreekbaar, de arts komt zo.” Ik sprong in de auto en reed naar mijn moeder. Ze lag in bed, een beetje sneu, maar met een vrolijker blik toen ze mij zag. De arts kwam. Luisterde, klopte en draaide zich om. “Ja, de bloeddruk is hoog, maar er is niets om u bezorgd over de maken.” De verzorgende en ik keken elkaar bezorgd aan. Geloven is een kunst die ik maar moeizaam beheers.

De avond verliep goed. De nacht ook, hoorde ik de volgende ochtend. Dus vertrok ik naar mijn afspraak ver weg. Ik had daar net mijn jas uit toen mijn telefoon ging: kom maar terug. Het gaat helemaal niet goed. “Ze zal er niet vandaag tussenuit knijpen”, zei de verzorgende. “Maar ik ben er toch niet gerust op.” En dus ging ik na wat aarzeling weer terug. Toen begon het wachten. Mijn moeder bleek flink ziek te zijn en kwam haar bed alleen nog uit om met ondersteuning naar de wc te gaan. Ik voerde haar slokjes drinken, later hapjes drinken, blij als de bodem van de beker in zicht kwam. Dat had ze maar mooi helemaal weggewerkt. Hoe ik ook wachtte en hoe ik ook keek, de medicijnen leken niet aan te slaan. Elke dag zat ik een paar uur naast haar bed, met een boek en het liedboek, waar ik voor haar gezangen uit zong. Ik belde voor ik ging slapen en wanneer ik ’s ochtends weer wakker werd om te horen hoe het ging. En dan ging ik op de dag weer een paar uur na haar toe. Na een paar dagen ging de telefoon al voor ik zelf kon bellen. “Het gaat niet goed, helemaal niet goed. Kom maar gauw, de dokter komt zo.” Er kwam weer een andere arts, een die niet meer sprak over onbezorgdheid. Ik belde met mijn tante Anne, de zus van mijn moeder, mijn tante belde met de arts en we spraken af elkaar de volgende dag te treffen. Ik zal er nooit aan wennen, aan het laatste afscheid. De allerlaatste keer dat de zussen elkaar zouden zien. Het sneed door mijn ziel. Net als de laatste keer dat ik mijn moeder naar mijn vader bracht om afscheid te nemen. De volgende dag overleed hij. En nu was zij het die zou vertrekken.

Die avond ging ik nog naar huis, maar de volgende dag werd ik alweer gebeld. “Kom gauw, het gaat slechter.” Ik graaide naar mijn tas en jas en vertrok. “Heb je pijn?”, kon ik nog vragen. Voorzichtig knikte ze ‘ja’. “Je hebt morfine gehad”, vertelde ik. “Als het goed is, zakt de pijn zo.” Ze keek me nog even aan, sloot haar ogen en viel in slaap. Vijf dagen bleef ik naast haar zitten lezen en gezangen zingen. Rustig ademhalend lag ze naast me. Slechts één keer opende ze nog haar ogen.

Iedere keer als ik mij op mijn bedje naast haar wilde krullen, gebeurde er iets in het grote bed. Een enge hoestbui, een stokkende ademhaling. Ik drukte op de bel en ging weer naast haar zitten. Hulp kwam snel. Soms moesten we haar alleen een beetje draaien, soms moest er meer. Met heel veel liefde werd haar slapende lichaam gewassen, weer schoon aangekleed, op haar andere zij gedraaid.

Vijf dagen zat en sliep ik naast haar in de verwachting dat het ieder moment voorbij kon zijn. Terwijl ik stond te praten met twee verzorgenden stopte ineens mijn moeders raspende ademhaling. We schrokken. Ik ging naast haar staan en pakte haar hand. Nog een paar keer zuchtte ze. Toen was het stil.

Een half jaar geleden overleed mijn moeder. Ze had ruim 12 jaar dementie en overleed aan de gevolgen van een longontsteking en een hersenbloeding.

8 Comments

  • Boudewijn Betzema

    dank je wel lieve Ita!
    t drupt hier dikke tranen…
    liefs, veel liefs!
    Boudewijn

    27 Mei 2014 02:05 pm ()
    Reply
  • Linda Bruinenberg

    De kunst van het vertellen. Wat beheers je die toch mooi Ita. We zullen nooit écht weten hoe het was voor jou, of hoe het nog is. Maar ik hoop dat je ooit je troost kunt vinden. Want die verdien je zo.

    Dikke knuffel en ook van mijn, veel, veel liefs!

    27 Mei 2014 03:05 pm ()
    Reply
  • Hannie

    Confronterend van de herkenbaarheid. Oef.
    <3
    Veel warmte voor jou.

    27 Mei 2014 03:05 pm ()
    Reply
  • Dianne

    Prachtig, hier ook tranen, maar daar is niets mis mee, integendeel!
    Mijn 91-jarige allerliefste moeder (met dementie, zoals je weet) is ook zó lief!
    Snap hoe je haar mist, hoe zwaar het af en toe ook was!
    Ze had je zo nodig en je was er ook zo voor haar, super toch?!
    Je hebt heel veel om dankbaar op terug te kijken, denk ik.
    Knuffel!

    Dianne

    En zing nog maar eens uit het Liedboek!:-)

    27 Mei 2014 04:05 pm ()
    Reply
  • wilma achtereekte

    Mooi beschreven, Ita, recht uit het hart.
    Wat fijn dat je er al die (moeilijke) momenten voor haar kon zijn. En wat kan ik me het gemis voorstellen. Hartelijke groet, Wilma

    27 Mei 2014 07:05 pm ()
    Reply
  • Renske

    Dag Ita,

    Dank voor het delen en voor het zo mooi onder woorden brengen.
    Raakt me op allerlei lagen.

    Renske

    27 Mei 2014 07:05 pm ()
    Reply
  • Annemieke

    Lieve ita, ik sluit me aan bij Boudewijn. Het drupt hier ook. Wat heb je haar mooi verzorgd en wat zal je haar missen.

    27 Mei 2014 08:05 pm ()
    Reply
  • Cristine van der Glas

    Het leest of het gisteren is gebeurd.
    Ik denk dat dit voor veel mensen een enorme troost kan zijn om dit te lezen, zo fijntjes en gevoelvol als je het hebt verwoord.
    Wat fijn voor jou en je moeder dat jullie op deze manier bij elkaar waren.
    En dat jullie blijkbaar een geschiedenis samen hebben waarbij dat hoort.

    29 Mei 2014 08:05 am ()
    Reply

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email