Hiep hiep hoera!

Het is al twaalf uur als ik het verzorgingshuis binnenstap, mijn armen vol bloemen en cake. Eerder heb ik al geprobeerd te bellen, maar ze was er niet. Daarom loop ik meteen door naar de groep waar ik haar inderdaad zie zitten, achter een kop tomatensoep. Ze kijkt verrast op. Wat kom ik nu toch doen op zo’n gekke tijd? “Ik kom voor je verjaardag, van harte gefeliciteerd!” “Kind, ben ik jarig? Ik had er geen idee van.” Vlak voor haar staat een grote fles doucheschuim met een fraaie strik erom en een vrolijke verjaarskaart van de hele groep. Ik laat haar even rustig eten en ga naar haar flat om de bloemen te verzorgen.

Op haar aanrecht vind ik nog een bos. In de kasten speur ik naar vazen en gelukkig blijkt ze er precies twee te hebben. Ik pak een mesje en precies zoals de bloemist het mij heeft geleerd, snijd ik de stelen van de rozen schuin af. Zo handig als hij ben ik nog niet, dus als mijn moeder een half uur later haar hoofd om de deur steekt, ben ik net klaar. Even flitst het nog door me heen dat het haar totaal niet verbaast dat ik daar ben. Wel vaker realiseer ik mij dat het lijkt alsof ze denkt dat ik daar ook woon. In dat een-kamerflatje.

De bloemen staan en ik plant mijn moeder op de bank. “Jij bent jarig, dus ik maak koffie.” “Ben ik jarig? Dat wist ik niet. Ik heb niets in huis!” Gelukkig wist ik dat en heb ik heerlijke cake meegenomen. Ik zet een kop koffie en zoek voor mezelf de waterkoker voor een vers kop thee. We genieten van de koffie, thee en cake en praten over de bloemen, de vogels buiten en de verlichte kerstboom waar ze op uit kijkt. Het blijkt een heel andere boom te zijn dan ik aan de telefoon steeds in gedachten had als ze het weer eens noemde.

Aangezien elk onderwerp, inclusief de mooie kerstboom en onze verbazing hoe iemand zó hoog lampjes in een boom kan hangen, wel vijf keer voorbijkomt, gaat de tijd best snel. Zoon is niet mee vanwege zijn vuurwerkongeluk, waar ik dit keer toch maar voorzichtig over vertel. Maar de oud-verpleegster die mijn moeder nog altijd is, schiet niet in paniek. Ik stel haar in dezelfde adem als de mededeling dat zijn gezicht verbrand is meteen gerust dat de vooruitzichten goed zijn. En dat gelooft ze ook wel, zoveel weet ze er nog van. Uiteindelijk is hij de reden dat ik na een paar uur eens opstap. Bovendien kan ze dan toch nog even slapen voor ze weer naar haar ‘cursus’ gaat. In tijden van drukte in haar hoofd, kondigt ze me altijd aan dat ze eens even met die cursussen stopt. Het is haar veel te druk. Maar meestal geeft het haar juist gezelligheid en vooral een fijne dagstructuur. Zelfs op haar verjaardag, al weet ze niet meer dat het dat vandaag is.

Dat geeft helemaal niets, de anderen onthouden het ook niet. En dus zingen ze allemaal drie keer “Lang zal ze leven” wanneer ’s middags de koffie met cake geserveerd wordt.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email