In alle staten: you can’t go your own way

In Amerika rijden ze langzaam. Met die kennis over het verkeer beland ik op de highway. Langzaam is een relatief begrip. Waarschijnlijk bedoelen ze langzaam in vergelijking met de onmetelijkheid van het land of kijken ze te veel naar de mijlen. Want het klinkt langzaam in mijlen, elke mijl telt voor ongeveer 1,6 km vermoed ik, maar het gaat best snel. Vooral als de borden nieuw zijn en de omgeving ook. Ik heb me ge├»nformeerd en weet dat ik vanaf het vliegveld in noordoostelijke richting moet rijden. Ook moet ik een keer een lange brug over. Daar houdt mijn kennis op. De vriendelijke Amerikaanse in mijn gps helpt wel enigszins, maar de helft van de tijd versta ik haar niet. Dat komt wel, maar de eerste dagen is het behelpen. Dat niet alleen, maar ze vertelt me de verkeersregels ook niet. En die zijn ineens heel schimmig. Links en rechts word ik ingehaald, terwijl ik me zo keurig aan de snelheid houd (“pas op, de boetes zijn hi-igh!”). En eenmaal in de bebouwde kom word het alleen maar schimmiger. Om de haverklap word ik gemaand te stoppen. Maar niet alleen ik, ook de mensen van links, rechts en voor me.

Gelukkig krijg ik uitleg: gewone voorrangswegen zijn er niet. Soms heb je een tijdje voorrang, maar meestal wil men dat op de kruising iedereen stilhoudt en dus geldt dan STOP all way. Wie het eerst komt, mag het eerst rijden. Het lijkt een soort Mens erger je niet. Dus als we een keer vanaf vier richtingen tegelijk bij een kruising aankomen, mag ik als derde toch voor degene die uit tegenovergestelde richting komt, ook al wil ik linksaf. Pas nadat de voorsten uit elke richting geweest zijn, mogen de auto’s die daarachter aangesloten zijn. In de praktijk betekent het dat je voortdurend op moet letten welke auto net eerder dan jij bij de stopstreep aankwam. Overigens betekent een stopstreep alleen maar dat je moet stoppen als er ook een stopbord naast staat. Of als er een voetganger over wil steken, hoewel, daarop moet je overal bedacht zijn, wordt me verteld. Voetgangers storten zich de straat op zonder op of om te kijken.

Nu bestaat dit land vooral uit kruispunten. De wegen zijn eenvoudig: zolang de natuur het toelaat worden ze recht gebouwd, van oost naar west en van noord naar zuid. En zo ontstaat een maze vol kruispunten. Omdat ze daar ook hier soms moe van worden, zijn een paar omgetoverd in rotondes, met dezelfde voorrangsregels als gewone kruisingen, dus veel functie hebben die draaischijven niet. En op onverwachte plekken zijn kruispunten doorsneden door een stoep. Rijd maar een stukje om. Links, rechts, rechts en links en je kunt weer verder.

Van al dat nodeloze stoppen (ook middernacht zonder ander verkeer sta ik netjes stil, omdat ik dat andere auto’s in de verte ook zie doen) word ik af en toe wat opstandig. Maar voor dat overzicht is toch wel wat te zeggen, bedenk ik me als ik voor de zoveelste keer in mijn nieuwbouwwijk in Nederland mensen verdwaasd naar de tomtom zie staren. Ze moeten gewoon aan de overkant zijn, maar hoe kunnen ze daar komen, met die twee sloten er tussen?

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email