In de wereld van gisteren

Ik woon in een nieuwbouwbuitenwijk. Zo’n wijk die overal kan staan, denk ik altijd. Maar ineens geloof ik dat dat toch niet zo is. Elke wijk heeft z’n geschiedenis, ook de onze. Op de plaats waar nu mijn huis staat, stond een grote boerderij, bijvoorbeeld. Een trieste gedachte, want er moest dus een boer vertrekken omdat iemand bedacht had dat hier zo leuk een nieuwbouwbuitenwijk kon komen.

Het was niet de enige boerderij die het veld moest ruimen. Er stonden er nog meer. Maar gelukkig hebben ze er ook nog een paar laten staan. Als ik het fietspad rechtdoor afrijd, kom ik bij een boerderij met paarden. Als ik de weg voor mijn huis rechtsaf neem, kom ik bij een oud huis met een stal en twee pony’s en de weg links van mijn huis leidt naar achteren toe naar nog een paar boerderijen die ingebouwd zijn tussen de nieuwbouw. Maar die elk ook nog een stukje grond hebben gehouden. Het gevolg is dat er onder andere een dierenparkje staat.

De nieuwbouwwijken hebben een oud dorp opgeslokt en via dat dorpje rijd ik meestal naar het grote winkelcentrum. Het geeft, zeker op zo’n warme dag als vandaag, een verstild gevoel om over die eeuwenoude straten te rijden. En vandaag reed ik op de terugweg niet linksaf mijn kant weer op, maar nam ik een weg naar rechts. Een zandweg. Zo dicht tussen de meest moderne voorzieningen is er nog één rijtje huizen en boerderijtjes aan een zandweg. Bij een onbemand kraampje – “geld in het kistje a.u.b.” – kocht ik een courgette, een doosje eieren van eigen kippen en een tomatenplant. Een hond kwam nieuwsgierig blaffend aanrennen, verder bleef de wereld stil. Ik deed de munten in het kistje en laadde de boodschappen in mijn fietstas. Ik keek nog even achterom en zwaaide toen linksaf, de klinkers weer op. Direct was het straatje verdwenen, achter de bomen, en leken alle huizen weer op elkaar.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email