In St. Tropez

Een tijdje liepen we keurig met de band mee door de straten van St. Tropez. Af en toe zong ik een liedje mee, terwijl zij vanaf een afstandje op een paal of bankje toekeek. Bij het zoveelste terras zomergasten hielden we het voor gezien. Beneden ons lokte het strand, waar kinderen speelden langs de branding. Aan het einde van de zandstrook bleek een pad omhoog naar oude straatjes en huizen te leiden. Al pratend volgden we oude sporen en ontdekten de echt mooie plekken van St. Tropez, smalle straatjes overhangen met bougainville en gemarkeerd met oleander en hortensia’s. We vonden een pleintje en weer een straat, en uiteindelijk ook de band weer.

Veel later die avond zaten we naast elkaar in de auto. Ze begreep het wel, zei ze, mijn woede over drank en rijden. Haar eigen broer was er slachtoffer van geworden. Ze wist me te kalmeren en verbroederd reden we door de franse nacht. De volgende dag verscheen ze niet aan het diner. Ziek, zei haar man. Later kwam ze toch, nog een beetje bleek, maar wel vrolijk. De volgende middag reden we langs om afscheid te nemen. Even leek het alsof ze er niet waren, maar we vergisten ons. We namen afscheid voor even. Dit moesten we herhalen, vonden we allemaal. Fijne ontmoetingen moet je koesteren.

We koesteren, maar herhalen zullen we het niet. Die ene avond ziek zijn bleek de voorbode van iets groters. Overmorgen nemen we afscheid.

1 Comment

  • Anonymous

    En het was mooi, begreep ik. Maar toch een afscheid. *kus* (Inger)

    22 Okt 2009 09:10 pm
    Reply

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email