Ineens weet ik het

Terwijl ik de trap afloop, vol indrukken en gedachten, met tranen die achter in mijn hoofd beginnen te prikken, weet ik wat het is. Ineens weet ik wat ik doe. Ik versterk. Nu, bij deze mensen die de cirkel van het leven rond maken, pas ik toe wat ik twintig jaar geleden van mijn huisarts leerde na de geboorte van mijn zoon: begin elke zin met ‘ja’. Iets wat niet altijd eenvoudig was met een zeer ondernemend kind, dat de wereld aan zijn voeten waande. Maar ik leerde het, steeds weer opnieuw.

Als mevrouw Van Oosterbeek voor me staat met wanhopige tranen in haar ogen, kan ik me niet omdraaien. “Kun jij me helpen?” “Natuurlijk kan ik dat, maar ik ben niet de zuster.” “Dat weet ik wel.” “Toe maar, vertel maar, wat is er aan de hand?” Er volgt een heel verhaal over een vervelende man die iets wilde wat zij niet wilde. De draad kan ik niet volgen, maar het antwoord weet ik, intuïtief. “Heel goed! Voet bij stuk houden. Als u het niet wilt, gebeurt het niet. Dat hebt u heel goed gedaan.” De tranen drogen. Zie je wel, ze is niet gek. En ze mag nee zeggen, ook al ziet niemand de man in haar hoofd.

Zorgvuldig schuift ze haar looprek aan de kant en draait zich om. “Mevrouw Van Oosterbeek, het is beter als u met het rek loopt.” “Dat heb ik ook gedaan, ik heb er geen zin meer in.” “Dat snap ik, het is een lastig ding, maar uw been is nog niet helemaal genezen, volgens mij.” “Nee, dat klopt.” “Het is al wel erg vooruitgegaan hoor, vind ik. U doet het hartstikke goed.” Ze kijkt me aan. “Maar met het rek lopen is nu nog veiliger, anders rolt u om.” Haar handen sluiten zich weer rond de stang. “Ja, misschien wel.”

Dan neem ik afscheid, sluit de deur achter me en loop naar de trap.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email