Kerst 2010

Natuurlijk hebben we ons dit jaar ook weer aangemeld voor het kerstdiner en zo zitten we met ons drieën aan een ronde tafel in het restaurant van het huis, mijn moeder, zoon en ik. Het loopt aardig vol, maar toch zijn niet alle stoelen bezet. Mij deert het niet, maar voor al die mensen die zich zo inzetten op eerste kerstdag zou ik het fijn vinden als de opkomst groter was. Al vind ik het aantal bezoekende familieleden hoog dit jaar. Officieel mag je als bewoner twee gasten hebben, maar vrijwel overal zijn het er meer. Zo heeft een vrouw haar kinderen, kleinkinderen én achterkleinkinderen op bezoek. Drie hartveroverende meisjes, die van vader en moeder na een tijdje door de zaal mogen lopen. Als ze ook daarvan genoeg hebben, gaan ze met oma kerstliedjes zingen.

Mijn moeders buurvrouw heeft drie van haar kleinkinderen te eten. Ze babbelen met zijn vieren vrolijk de middag door. Het maakt dat ik me meer dan voorheen realiseer dat dat bij ons nooit meer zo zal zijn. Elke paar minuten geniet mijn moeder opnieuw van de versiering, wijst ze ons op de dingen die haar opvallen, de rekjes aan het plafond, de kersttakken die overal hangen en de zilverkleurige kandelaar met drie kaarsen, midden op tafel. Leuk dat die er staat. Mijn moeder brandde altijd veel kaarsen voor ze in dit huis kwam wonen. Tot grote zorg van haar overburen, die elke avond controleerden of ze ze wel uitgeblazen had. Maar kaarsen zijn verboden in dit huis. De waxinelichtjes zijn vervangen door batterijgestuurde exemplaren, maar ze vergeet hoe die ook alweer werken en steekt ze rustig aan als ze maar even aan vuur kan komen. Alleen branden ze niet. Daarom gun ik haar die kaarsen op tafel zo. Eindelijk weer eens gezellige vlammetjes.

Vlammetjes ziet ze ook in de gordijnen. Het is het zonlicht dat er af en toe zacht doorheen flakkert. De gordijnen zijn dicht getrokken om een avond-sfeer te creëren. In de hoek met dementerende bewoners hebben ze ze juist weer opengetrokken, want het dagritme is vaak al zo moeilijk te volgen voor hen. Mijn moeder maakt het niet uit. Ze geniet. We lopen samen met haar langs het buffet. Voor het eerst, bedenk ik me. Voorgaande jaren wilde ze liever dat ik het voor haar haalde. Dit keer stelde ik haar gewoon voor om zelf mee te gaan en dat deed ze als vanzelf. Maar wachten in een rij valt niet meer mee. Tot ze het systeem doorkrijgt. Als ze bij de borden staat, geeft ze zoon en mij een bord en pakt er zelf een. Bij de verschillende schotels kiest ze wat lekkere hapjes uit en samen met haar loop ik weer terug naar de tafel.

Ze geniet, van het eten, het gezelschap en de feestelijke aankleding. En van het feit dat het zo druk is. Maar dat is het altijd als er iets georganiseerd wordt, vertelt ze. Want soms weet ze best waar ze zit, daar beneden, waar gegeten wordt. “We zaten hier pas ook”, vertelt ze. “Toen werd er gezongen, allemaal liedjes die we kenden, dan konden we meezingen. Het was erg gezellig.” Ik moet lachen. Nee, ze is niet grappig al is ze wel vrolijk. Ma ar ik weet dat ze die avond heeft gehad, want ik moest haar daarvoor opgeven. Zelden hoor ik terug wat er gedaan is, want dat blijft in haar hoofd niet hangen. En met dit soort dagen blijft nog minder hangen. Ze verwart mij met mijn zoon en denkt even later dat zoon mijn man is. Okee, hij is groot, maar overduidelijk heel wat jaren jonger dan ik. Maar ze wist al vanaf dat ze ons zag dat wij bij haar horen, dus dat stemt mij voor vandaag al tevreden. Hoewel, heel even zou ik mijn oude moeder terugwillen, met wie we meer kunnen delen dan lekker eten en bewondering voor de kerstversiering.

1 Comment

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email