Licht

“Het is wel licht”, zegt de man met een vragende blik naar mij. “Ze was niet groot en was bovendien ziek”, probeer ik het te verklaren. “Het hangt er ook erg vanaf hoe iemand gebouwd is”, legt hij uit. “Eigenlijk zijn het vooral botten.”

“Hoe heet is de oven eigenlijk?”, vraagt David. “Op zijn heetst 1200 graden, maar het begint met 700”, vertelt de man. Hij legt uit hoe het hele proces verloopt, hoe lang het duurt en dat het echt één voor één gaat. “Op de kist gaat een steentje met een nummer en dat zit nu ook in de urn. Het is echt uw moeder.” Wij knikken begrijpend.

Hoe lang zou het eigenlijk duren voor een lichaam onder de grond vergaat, vragen we ons af. “Dat hangt allereerst van de kist af, weet de man. En dan is er nog de kleding. Nylonkousen blijken een conserveringsmiddel onder de grond. Dus met wat pech heb je na jaren een skelet met een paar onderbenen eraan. Dat zegt hij niet zo, maar ik zie het wel voor me en bedenk dat mijn zus in doeken gewikkeld was. Hopelijk geen nylon.

We willen nog veel meer weten en de man geeft heel geduldig overal antwoord op. Ik voel me een olifant in een porseleinkast. Duizend vragen maar weinig emotie. Geen idee hoe dat bij anderen gaat, maar nu we de kans hebben om te vragen, gebruiken we die ook. Voelen kan straks ook nog wel.

De man pakt de urn in een keurig draagdoosje. Hij geeft er een stemmige kaars bij en leidt ons naar de deur. Aan de rijen auto’s te zien is er binnen weer een afscheid. “Zullen we vanavond pannenkoeken eten?”, vraagt David bij de auto. “Want oma is weer thuis.”

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email