Mevrouw Hamer

Een leeg bed in een lege kamer. Het is de laatste foto. Het leven van mevrouw Hamer is net in beelden aan me voorbij gegleden. Een jong, serieus meisje, recht in de lens kijkend, aan het werk in de winkel van haar ouders, met haar ouders en broer en zus poserend voor de fotograaf, aan de arm van de man die de volgende 66 jaar met haar zou delen. De man die een paar stoelen voor me zit, geflankeerd door neven en nichten. Iedere dag bezocht hij haar de afgelopen vijf jaar.
Bij het afscheid spreek ik een neef. “Jouw moeder is diegene die nog zoveel praat, toch? Mijn tante zei nooit wat als ik op bezoek kwam.” “Ik had juist altijd gesprekken met haar”, reageer ik verbaasd. “Maar dat klopt wel, uit zichzelf zei ze niets.” De vragen die ik haar stelde, hoefde de neef niet meer te stellen. Vragen naar haar ouders, haar ouderlijk huis, hoe ze haar man had leren kennen, waar ze naar de kerk ging. De herinneringen waar ze nog bij kon, maar die de neef natuurlijk allang allemaal kende.

Ik zie haar zo voor me, mevrouw Hamer. Haar zachte stem waarmee ze “Goed” zei als ik vroeg hoe het met haar ging. Haar blije ogen als ze even een woord of blik van herkenning kreeg. Slechts één keer zag ik haar humeurig, verder alleen maar berustend. Dit was haar leven geworden, zittend aan tafel. Al was ze dan stil, ze hield wel van gezelligheid. Toen ik in een van de eerste weken met mijn moeder op de bank zat te praten, nog laat ’s avonds, schoof er ineens een vrouw tegenover ons in beeld. “Wilt u er gezellig bij komen zitten?”, vroeg ik haar. “Ja”, knikte ze een beetje bedeesd. “Maar natuurlijk, kom er gezellig bij.” Dat was mevrouw Hamer. En de avond dat ik met Mevrouw Van Oosterbeek en mijn moeder spelletjes deed, wilde ze absoluut niet meespelen. Maar wel bleef ze er de hele tijd bij zitten kijken. Meegenieten.

Genieten kon ze zeker, al was het in stilte. Zoals de keer dat ik handschoenen voor haar meebracht. Een paar weken eerder had ik mijn moeder handschoenen gegeven omdat ik die van haar niet meer kon vinden. Blauwe handschoenen. Mevrouw Hamer keek me met een vragende blik aan. “Die heb ik voor mijn moeder gekocht”, legde ik haar uit. “Anders heeft ze koude handen.” Haar blik liet me niet los. “Wilt u ook handschoenen?” Voorzichtig knikte ze. “Welke kleur vindt u mooi dan?” “Blauw”, zei ze zacht. Denkend aan haar opgezwollen hand, besloot ik een paar eenvoudige, gebreide handschoenen voor haar te kopen. Daar moest ook die hand in kunnen passen. Terwijl ik ze over tafel schoof, werden haar ogen groter. “Die zijn voor u, dat had ik u beloofd.” “Dat weet ik niet meer”, antwoordde ze. “Dat geeft niet, maar vindt u ze mooi?” “Ja.” Haar ogen begonnen te glimmen en terwijl ik alweer druk in de weer was met mijn moeder, zag ik vanuit mijn ooghoek hoe ze met een blij gezicht de handschoen om haar goede hand schoof.

Het is goed zoals het was, zeggen de verzorgenden. Ik geloof het beslist, maar haar stilte zal ik missen. Haar stilte met de glimmende ogen.

2 Comments

  • Jet

    ‘Haar stilte zal ik missen..’
    Wat een mooi, ontroerend blog..

    17 Sep 2013 01:09 pm ()
    Reply
  • Monique Mentink

    Wat prachtig, Ita! Een prachtig verhaal en ook prachtig beschreven. Wat fijn voor mevrouw Hamer dat jij haar zwijgen verstond.

    07 Okt 2013 07:10 pm ()
    Reply

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email