Moeder

Als ik mijn ogen sluit, zie ik haar voor me, jouw moeder. Hoe ze je een kus op je wang geeft, met zo’n aai over de andere, voor je de deur uitgaat. Tas achterop, naar de eerste voetbaltraining van het seizoen. “Heb je je horloge? We eten om zes uur.” Ze zwaait nog even wanneer je het pad af rijdt.
Daarna gaat ze aan de slag. Ze kookt een grote pan macaroni met saus, vrijdagavondfeesteten. Daarvan eet jij tegenwoordig wel een fiks bord vol, vooral na zo’n intensieve training. Om zes uur kijkt ze op de klok, eventjes geërgerd. Een vreemd gevoel bekruipt haar, je zou al thuis moeten zijn.

Die avond zit ze op de rand van je bed met jouw lege pyjama in haar handen. Ze ruikt je geur er nog in, voelt je aanwezigheid in alles in de kamer. Alleen jij bent er niet.
Op het moment dat je moeder de pan op tafel zette, zag die automobilist jou niet aankomen. En terwijl zij naar buiten keek waar je nou bleef, zag ik de ambulance wegrijden met jouw jongenslijf erin.
Jij zal altijd twaalf blijven.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email