Moederdag

Het is moederdag. Niet dat dat hier in huis tot grote feesten leidt en ook vroeger was het geen reden om de trein te pakken voor een dagje pa en ma. Maar om het nu helemaal ongemerkt voorbij te laten gaan stuit me inmiddels toch tegen de borst en dus kondig ik aan dat we pannenkoeken gaan eten met oma. Okee, prima, doen we. Vlak voor vertrek bel ik uit voorzorg toch maar naar het pannenkoekenrestaurant. Want al is het dan moederdag, ik verdenk al die gezinnen ervan dat ze voor de gezelligheid achter die wagenwielen neerstrijken, met als bonus voor moeder dat ze niet hoeft te koken en af te ruimen cq –wassen.

En ik heb gelijk, zegt mijn gevoel. Het pannenkoekenhuis tuuttuuttuut veelvuldig en nogal snel, elke keer als ik bel. Okee, ander pannenkoekenhuis. Weet ik het te vinden, is de eerste vraag die ik mezelf stel. En dan weer mijn belrondje. Weer tuut tuut tuut, een stuk langzamer nu, maar tijd om op te nemen blijkt er niet te zijn. Of de tent is inmiddels als gevolg van de crisis gesloten, dat sluit ik niet uit. Tijd voor een heel snel plan b, maar dat tover ik gezwind uit mijn hoed. “Zoon, blijf maar thuis, ik haal oma op en haal chinees. Vindt ze ook heerlijk.”
Zoon verdwijnt weer naar boven, ik klim in de telefoon om mijn komst in het verzorgingshuis aan te kondigen en spring in de auto. Wanneer ik aankom, stapt net mijn moeder de hoek om. “Ha, ben je daar?” Ze staat al helemaal klaar. Ik vertel haar van het plan. “Gezellig en lekker. Ik houd wel van chinees.”

Net als al die andere moeders die geen al te kleine kinderen meer hebben, blijkt als ik bij ‘onze’ chinees binnenstap. Ze maken beslist in één avond een jaaromzet. “Hoe lang gaat het duren?”, vraag ik als ik bestel. “Twintig minuten”, antwoordt het meisje achter de balie resoluut. “Dan ben ik over twintig minuten terug.”
Ik verdwijn naar de auto, waar mijn moeder keurig zit te wachten. Het geeft ons heerlijke praattijd en een kleine twintig minuten later keer ik terug in de zaak. Mijn menu staat nog niet klaar en ik zie ook niet direct heel andere gezichten dan daarnet. Ik besluit nog maar even rustig te wachten. Af en toe kijk ik bezorgd buiten om te zien of mijn moeder niet is gaan dwalen, maar nee, die blijft rustig zitten. Het nummersysteem is mijn volkomen onduidelijk, dus weggaan durf ik niet. Uiteindelijk krijg ik een tasje eten, na 55 minuten wachten. Blij keer ik terug bij de auto, alvast roepend dat het zo vreselijk druk was.

“O kind, wat ben ik blij dat je er bent!”, roept mijn moeder uit terwijl haar blik benauwder is dan ik ooit gezien heb. “Was je me kwijt?” “Nee, maar ik moet zo vreselijk naar de wc”, brengt ze nog net uit. “Gauw naar huis.” Gelukkig is het niet ver, maar wel bedekt met verkeersdrempels, de route naar mijn huis. Ze vertelt dat ze nog even geprobeerd had om ergens een wc te vinden, maar ze was bang dat ik haar kwijt zou zijn. Ik beaam het en ben zielsblij dat ze dat niet gedaan heeft. Niet alleen zou ik haar kwijt zijn, maar zij mij ook en hoe konden we elkaar dan weer vinden? Dat ik bij de Chinees was, was ze inmiddels alweer vergeten.

Thuisgekomen open ik de huisdeur en toiletdeur en haal dan het eten uit de auto. Helemaal opgelucht verschijnt mijn moeder aan tafel. Het benauwde avontuur verdwijnt als de borden staan en de geuren opstijgen. Vanaf dat moment genieten we vooral van een gezellige moederdagmaaltijd.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email