Naar Berlijn 1

Eenmaal eerder was ik er, in Berlijn. In de tijd dat de stad nog twee steden was, een Oost-Berlijn en een West-Berlijn. Samen met een vriendin logeerde ik bij studenten in een van de woonwijken van de stad. We sjouwden door West-Berlijn, praatten natuurlijk veel met de studenten bij wie we logeerden en gingen met hen uit. Eenmaal deden we een uren durend spel Trivial Pursuit, maar dan met bijbelvragen. Ik had een kleine voorsprong op mijn vriendin: mijn duitse woordenschat was groter door mijn vijf jaar middelbare school en paar cursussen tijdens mijn opleiding erna. En ik had door mijn keurige protestante basisschool een beetje bijbelkennis verzameld. We hadden lol en proefden aan het buitenlandse studentenleven, dat was al genoeg.

Dat was genoeg voor dat moment, want een paar dagen later wilden we de grote oversteek weleens maken. We namen lekkers mee voor familie aan de andere kant van de muur en reisden naar Bahnhof Friedrichstraße. Daar moesten we door de strengbewaakte grenscontrole en werden we verplicht om per persoon 25 DM te wisselen voor 25 oostduitse marken. Afzetterij, overduidelijk, en voor ons een vermogen, want 25 marken per dag gaven wij voor onszelf niet uit. Onze eerste uitgave moest een dagkaart voor de S-bahn worden. Keurig sloten we aan in de rij voor het rechterloket. Net toen wij bij het raampje kwamen, trok de lokettiste het gordijntje dicht. Haar werktijd zat er op. Volkomen verbluft door zoveel lompheid probeerden we ons geluk in de linkerrij, vrezend dat ons een paar minuten later hetzelfde zou gebeuren. Het viel mee, deze lokettiste mocht nog niet naar huis. Met ons veroverde kaartje stapten we naar boven, naar de S-Bahn. Het station deed me denken aan dat van Amsterdam, maar alle vriendelijkheid was eruit verdwenen. We werden bewaakt door gewapende soldaten. Iedere beweging leek bespeurd te worden. En dan waren wij alleen nog maar op bezoek.

De stad was stil en vermoedelijk was het koud. Februari 1989. De maand waarin het laatste ‘Muur-slachtoffer’ viel. Maar dat wisten we toen nog niet.

Pas laat konden we op bezoek gaan bij de Oost-duitse familie, vanwege hun werk. We hadden lekkere dingen voor hen meegenomen, zoals koffie, een schaars goed. In elk geval was goede koffie schaars. Inmiddels hadden we een kijkje in de supermarkt genomen en dat stemde niet vrolijk, al hadden ze er wel heerlijke biscuit, hansakeks.
We moesten naar een woonwijk en namen de tram. Wachtend bij de halte, in alle rust, werden we ineens overvallen door een menigte die uit de gebouwen achter ons stroomde. Het was vijf uur en blijkbaar stond iedereen dan al klaar om zich naar huis te haasten. Verdwenen was de stilte ineens. Die eerder nog zo zichtbaar en voelbaar was.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email