Naar Berlijn 2

Gevangen voelde ik me wel enigszins in dat vreemde land, met onbegrijpelijke regels, onbegrijpelijk lage prijzen ook (het was hard werken om die 25 marken op te krijgen; mee naar huis nemen mocht niet) en onbegrijpelijke manier van werken. Vooral de aanwezigheid van gewapende militairen of agenten gaf een onveilig en onvrij gevoel. Plus natuurlijk de wetenschap dat wie zonder toestemming die grens probeerde over te gaan, doodgeschoten zou worden. Bepaald geen sier dus, al dat wapengekletter.

Uiteindelijk gebeurde er niets, we konden ons vrij bewegen. We dronken thee in een restaurant dat herinneringen opriep van uitstapjes naar de V&D in mijn vroegste jeugd, waar ik een spiegelei kreeg en mijn moeder Russisch Ei bestelde. Het leek alsof ze het interieur van dat oude restaurant overgeplaatst hadden naar hier. Het gezicht van de ober was het eerste vriendelijke gezicht dat we zagen.

We liepen over Unter den Linden, een brede allee die historie ademde. Kolossale gebouwen, waarvan nog enkele in puin lagen, veroorzaakt door de oorlog die al bijna 45 jaar voorbij was. Daartussen een pompeus monument tegen het fascisme. Drie hoge poorten om het af te schermen, maar toch konden we erin. En dankzij het ouderwetse fotorolletje – waardoor de foto’s pas na het ontwikkelen zichtbaar waren – konden we het beeld van de bewapende wacht voor het monument vastleggen, van binnenuit, en ongezien meenemen het land uit.

Inmiddels kent Oost-Berlijn dezelfde vrijheid als het westen. Maar vrijheid komt met een prijs, een kleine in dit geval. Het monument staat er nog steeds, zonder bewaking nu, maar met stevige sloten op de hekken: niemand mag er meer in.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email