Noorwegen

Nee, dol op bergen ben ik niet echt. Maar veel lezen is voor mij het toppunt van vakantie, dus wat maakt het dan uit waar je zit? Zo dacht ik een paar weken geleden. En dus ging er behalve een tent en een rugzak vol kleren voor alle weertypen een grote tas vol boeken en tijdschriften mee de auto in, naar Noorwegen. Fjorden hebben ze daar, wist ik nog net. Niet dat ik een idee had wat het zijn, behalve stukjes zee. Al snel begreep ik dat het vooral diep water was, omgeven door – voor mijn gevoel – kilometers hoge rotsen. Eigenlijk roept het hele land: ga hier vooral niet wonen, maar wonderbaarlijk genoeg hebben mensen zich daar weinig van aangetrokken, want ze wonen er wel, op de meest vreemde plekken. En ze vinden het nog leuk ook.

Dat laatste is prettig. Voor de inwoners zelf natuurlijk, maar ook voor de omstanders, want door hun levensplezier zijn Noren door de bank genomen erg prettig en gezellig. Ook het verkeer is aangenaam rustig, al kan dat ook komen door de torenhoge boetes die je er krijgt voor te hard rijden. Zestienhonderd kronen, pakweg 200 euro, voor 10 km over de limiet. Dus ik sluit niet uit dat Noren zich in het verkeer ooit heel anders gedroegen. Dat verkeer heb ik trouwens uitgebreid kunnen bestuderen, want dat lijkt wel de hobby van de meeste toeristen die het land bezoeken: autorijden. De eerste vraag die ze elkaar bij kennismaking dan ook stellen is: waar ben je al geweest en waar ga je nog naar toe? En dan volgt er een waslijst, waar je direct wat leuke inspiratie uit op kunt doen.

Uiteindelijk komen we de laatste dagen drie stellen tegen die in de weken ervoor ons pad gekruist hebben. Een stel met hond was een nachtlang onze buur op de meest eenvoudige camping waar we stonden. Een andere camper zwaaiden we ’s ochtends uit, op weg naar Zweden meenden wij, en kwamen we ’s avonds in een havenstad weer tegen. En de avond voor de afreis kregen we nieuwe buren op de camping, twee jongen mensen met een rode klassieke mercedes, die we een week eerder twee minuten hadden gesproken op een parkeerplaats aan het water, waar zij even stopten om het dak open te klappen. Na die hernieuwde kennismaking volgt ook dan onverbiddelijk de reisbeschrijving tussen de vorige en de huidige ontmoeting, met natuurlijk de nodige vergelijkingen. “De Preikestolen, ja, hebben wij ook gedaan. Prachtige dag! Wat, hadden jullie regen? Zonde van het uitzicht!”

Kort voor de afvaart van de boot loop ik een rondje door het museum in Kristiansand. Ik maak een praatje met de vrouw achter de kassa. “En, hoe vond je Noorwegen?”, vraagt ze me. “Het zijn wel heel erg veel bergen”, antwoord ik. “Waar ben je dan geweest?”. Ik beschrijf de reisroute (het voordeel van die continue herhaling is ook dat je dit jaren later nog precies zult weten, houd ik mij voor). Ze begint te lachen. “Haha, ja, dat is ook wel het ergste gedeelte! Er zijn ook plattere stukken!” En dan vertrouwt ze me toe ook niet van die bergen te houden. Zo opgesloten tussen die hoge reuzen. En zo ruw, zoveel steen, vul ik aan. Samen staan we heerlijk te gruwen. Dan stap ik naar buiten, de zon in. Even later zie ik de haven en de zee en ik zie dat ze gelijk heeft. Het is niet allemaal grauw en rotsachtig. Gelukkig maar. Want voor de sfeer wil ik er best nog eens terug. Maar dan om de bergen heen.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email