Op het gras

Het huis moet leeg, dus de wasmachine moet worden opgehaald. Geen probleem vindt Vriend, dat doen Zoon en hij wel even. Ik rijd en doe de dingen eromheen. De machine hijsen ze op een geleende aanhangwagen en sjorren hem vervolgens vast met fikse banden. Wanneer ik de snelweg opdraai, zie ik in mijn spiegel de machine schuiven alsof het een leeg doosje is. Bij de eerstvolgende parkeerplaats stoppen we en sjorren we hem vaster. Dan maar in een hoek van de aanhanger. Voorzichtig rijden we verder.

Gelukkig wonen we in een rustige straat. Ik heb alle tijd om mooi achteruit te parkeren, met die lange kar erachter. Helemaal het pad op lukt niet, maar er is geen verkeer, dus dat geeft niet. Net als ik sta en we de wasmachine losgemaakt hebben, komt er in de verte een lesauto aan. Die neemt de zijweg, neem ik aan. Maar nee, de rij-instructeur heeft het om volkomen onduidelijke redenen op mijn stukje straat voorzien. Bij de paar huizen die er aan staan, hoeft hij niet te zijn. En voor de huizen daarna biedt de zijstraat ook een prima aanrijroute.

Een tijdje wacht de wagen, maar dan duurt het hem te lang. In plaats van keren op de weg, bochtje achteruit of een lesje “hoe overleg ik met andere weggebruikers” draait de auto naar rechts, de stoeprand over, het grasveld op. Met een grote boog rijdt hij vervolgens om mij heen en er aan de andere kant weer af. Ik ben te verbouwereerd om te kijken welke rijschool het is. “Had ik maar even naar de naam gekeken”, blaas ik. “Daar hoef je in elk geval nooit te gaan lessen”, roep ik zoon toe. “Juist wel”, vindt hij. “Waar anders mag je in een BMW over het gras scheuren?”

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email