Opamacaroni

We hebben omavlees, genoemd naar mijn oma van moeders kant, héél soms omarodekool, een recept van mijn moeder, omaandijviestamppot, als ik er eens per jaar spekjes doorheen doe en opamacaroni. Vanavond eten we opamacaroni. Dat doen we niet vaak, maar het is altijd weer lekker.

Toen mijn vader, destijds achterin de vijftig, een eigen huishouden ging voeren, had hij een klein probleem. Afwassen, strijken, stofzuigen, dat ging allemaal wel. Maar koken had hij altijd met volle overtuiging aan zijn vrouw en dochters overgelaten. Hij had het zich gemakkelijk kunnen maken met de kant-en-klaar maaltijden die er in die tijd al waren, maar dat was niets voor hem. Want hij hield van echt lekker eten, vers bereid. Dus schreef hij zich in voor een kookcursus voor mannelijke vijftigplussers en zo ontstond de opamacaroni, naast nasi zijn meest befaamde gerecht.

Die nasi heb ik nooit geproefd, helaas. Het was de schotel waar hij het meest trots op was. Met op de tweede plaats de macaroni. Die ene keer dat we dat kwamen eten, zaten we met zijn vieren in de tuin, in de schitterende avondzon aan de plastic tuintafel. Die tafel doorstond onze proef niet, maar het recept van de macaroni wel en op dagen dat ik vooruit wil koken voor de dag erna of al weet dat we niet tegelijkertijd kunnen eten, komt dat weer uit de kast.

Eigenlijk is het heel simpel en zit het geheim ‘m in het pakje macaronikruiden dat erdoor gaat, iets dat geheel tegen mijn idee van goed koken in gaat. Maar ik proef er een vleugje van mijn jeugd in en zoon een vleugje opa. En dus mag het, heel soms, onze opamacaroni.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email