Poeziealbum

Rood is mijn poeziealbum, effen rood met een klein, zwart vilten katje. Mijn moeder staat erin, dan een bladzijde niks, wachtend op mijn vader, dan mijn grote zus en daarna volgen de grootouders. Opa en oma van de ene kant en mijn oma van de andere kant. Daarna komt een handjevol vriendinnetjes aan de beurt. Eentje heeft zelfs VIER bladzijden gebruikt. Ik weet nog hoe stom ik dat destijds vond. Nu is het fijn, zo lijkt het wat voller.

Ik moet er ineens aan denken als ik een paar bladzijden uit het poeziealbum van mijn oma van de andere kant onder ogen krijg. Andere tijden, zonder plaatjes, en met stichtelijke verzen. Niks “Ik lag in mijn tuintje en sliep…”. En ook geen karige kinderkrabbels, maar keurig schoonschrift.

Ook haar broer en zussen schreven prachtig en tussen al die schrijfsels zie ik ineens het betogende vers dat mijn oma doorgaf aan mij. Zij kreeg het van haar lieve zus J.F.

Spijkenisse, 15 Februari 1914

Lieve Zus,

Schooner dan de zonnegloed
Is ’t licht dat woont daar binnen
Het maakt de vreugde dubbel zoet
Doet ’t leven ons beminnen.
Och, of toch iedereen het wist!
Wie ’t zonnetje van binnen mist
Kan nimmer recht gelukkig zijn.
Hij derft des levens zonneschijn.

Je Zuster, Francina

Lieve Krijns,

Wees rein als de bloemen der lente
Haar schoon is het beeld uwer jeugd
De kroon die een meisje moet sieren
Is eenvoud, onschuld en deugd.

Je zuster, J.F.

Lieve Krijns,

Wat ik u toewensch,
Een lieve kring van trouwe vrienden
Een effen zonnige levensbaan;
Een open oog voor ’t goede en schoone,
Geloof aan ’t eeuwig voortbestaan
Een blij tehuis vol licht en leven,
Een vriendlijk hart, een trouw gemoed
Tevredenheid bij vreugd en smarte
En levenslust en stervensmoed.

Je zuster,
M.C.

Lieve Krijns,

Wat zal ik schrijven op dit blad?
Wacht Krijnsje lief, ik weet al wat.
Veel zegen meid, ’t beste hoor!
Ga goed en braaf de wereld door.
En zoo gij ook eens lijden moet,
Denk: God is altijd even goed.
Die dit gelooft en naar hem streeft,
Is zeker dat ’t beste heeft.

Je broer
Henk.

Wat zou ik willen dat ze zich het vers van haar oudste zuster Francina wat meer aangetrokken had. Dat had ze ongetwijfeld het bestaan gehad dat haar jongste zus haar toewenschte. En met wat geluk had ik dan een iets passender vers gekregen.

Dit zijn ze, mijn oma en haar grote broer.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email