Stukje bij beetje

“Daar aan het einde van het pad links”, wijst mijn tante. En ja, daar doemt het op, een grote ren met witte pauwen. “Ik vind dat altijd zo bijzonder”, zegt ze. We zijn er speciaal naar toe gereden deze middag. “Jammer dat Kees dit dan nu niet kan zien”, merkt Henk op. “Ja, maar die afstand kan hij niet meer lopen”, zegt mijn tante. “En zo’n oneffen pad, dat lukt al helemaal niet meer.”

“Gaan jullie maar”, had oom Kees even eerder gezegd. “Ik wacht hier wel” en hij wees naar het bankje aan de rand van de parkeerplaats. Dat is geheel zijn stijl niet, ik zou verwachten dat hij juist mee wil en ons uitgebreid zou verhalen over de geschiedenis van de witte pauwen. Maar hij wuifde ons weg en keek ons drieën na terwijl wij het pad afliepen.

“Als hij nou een rollator bij zich had”, probeert Henk. Meteen schiet me de opmerking te binnen die ik eerder gehoord heb van oudere mensen: “Rollator? Dat is voor oude mensen.” Oom Kees is tenslotte pas in de tachtig en al willen zijn benen niet meer, aan koppigheid heeft hij nog niet ingeboet. “O nee”, reageert mijn tante. “Die rollator heeft hij wel, maar dat vind ik maar niks. Al bijna zestig jaar lopen we gearmd en nu kan dat ineens niet meer omdat hij dat ding vast moet houden. Dat vind ik zo kaal en koud. Ik heb liever dat hij zich aan mij vasthoudt.”

We slaan af en lopen een bospad op. De fitte voeten van mijn tante leiden ons een eindje langs een beek. Henk en mijn tante praten verder over ouder worden. En ik denk aan hoe mijn tante stukje bij beetje de man moet inleveren met wie ze al zo lang verbonden is.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email