The lecture

Bij toeval viel mijn oog erop: Genootschap Nederland Engeland. En er bleek een lezing te zijn, de volgende dag al, over wat het engels te danken heeft aan het nederlands. Dat wij van alles lenen uit het engels is al jaren bekend. Maar dat er omgekeerd ook een beweging geweest is, is nieuw voor mij, dus dat wil ik wel eens horen.

Als ik aan kom rijden zie ik ze al zitten, de leden van het genootschap. Niks voor mij, schiet door me heen. Keurige, grijze mensen zie ik. Ik zal veruit de jongste zijn en hemel, waarom heb ik nou dat alternatieve vest aangetrokken. Dus rijd ik schielijk door. Gelukkig moet ik een blokje rijden om weer naar huis te kunnen, want onderwijl bedenk ik me. Doe nou niet zo suf, je was gewoon nieuwsgierig. Dan moet je wel gaan kijken. Een hele preek steek ik af in die stille auto. En dus draai ik de straat weer in en zoek ik een parkeerplaats. Nog net op tijd schuif ik het te kleine zaaltje binnen. Ik betaal keurig bij de ingang en noem mijn naam. Er is nog net een stoel voor mij, dus komt met de laatste gast ook een extra stoel mee naar binnen. Voordeel is dat we helemaal vooraan zitten.

Als ik na een tijdje eens rondkijk, blijk ik niet eens de enige van mijn leeftijd te zijn. Ik zie nog twee mensen die beslist onder de vijftig zijn. Van de rest betwijfel ik het. Maar dat geeft niet, ik ben er voor de lezing en die is leuk. Het begint met het ontstaan van de mens en buiten mijn zicht wijst de lecturer de lijnen aan die de mens gereisd heeft over de wereld. Bij Stonehenge legt hij uit dat mensen taal gehad moeten hebben om zoiets te kunnen bouwen. Hoe krijg je anders met vereende krachten zo’n bouwwerk overeind? En zo belanden we in het reizen van taal en de invloeden die Engeland ondergaan heeft. De Romeinen komen langs, de Galliërs, de Vikingen, de Anglo-saksen natuurlijk. En met hen allerlei talen en invloeden.

Smullen zijn de teksten die voorbijkomen. De lijst met uitgeschreven getallen in diverse talen, gegroepeerd naar afkomst. Ik herken het zweeds en het fins, het nederlands natuurlijk, engels, italiaans, grieks, latijn, spaans, frans en portugees. Het russisch is even verwarrend, want het lijkt op servisch. Het Onze Vader in oud-engels is heel bijzonder en Chaucer blijkt onvervalst nederlands tussen zijn engelse woorden te gebruiken. Ik vermaak me prima, maar het vermakelijkst is wel dat de Brit die de lezing geeft er bijna niet van te overtuigen is dat ik ‘gewoon’ Nederlands ben. “Ja maar dan heb je toch beslist heel lang in Engeland gewoond.” Sorry, nee, ook niet. Troostend is in elk geval dat hij niet kan horen uit welke windstreek mijn Engels komt en uit welke sociale laag ik kom. Gelukkig blijkt dat dan te kloppen!

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email