Uit bed

Ik ben nog maar net binnen als mijn moeder de huiskamer in komt schuifelen. “Het is zo naar, zo eng”, zegt ze tegen de verzorgende. Mij heeft ze nog helemaal niet zien staan. Ze schrikt van het enorme pakket dat ik op de bank leg om mijn armen vrij te hebben om die om haar heen te slaan. “Heb je eng gedroomd of is het nu eng?”, vraag ik haar. “Ik weet het niet.” “Ben je nu wel wakker?” “Ja, ik ben wel wakker. Ik ben zo blij dat jij er bent. Wat gaan we nu doen?” “Ik breng je naar bed, dan kun je gaan slapen. En ik heb een nieuw dekbed voor je meegenomen. Nou ja, nee, niet nieuw, ik heb er de hele winter onder geslapen, dus het ruikt waarschijnlijk heel erg lekker”, lach ik. Een nieuw dekbed, dat wil mijn moeder wel. “Ik leg je zo wel uit waarom.”

Gearmd lopen we het lange eind naar haar kamer. “Niet te snel hoor”, waarschuwt ze mij. “Ik ben op blote voeten.” “Daarom geef ik je ook een arm. Ik houd je stevig vast.” “Het is zo raar, Ita, ik weet niets meer.” “Je weet nog wel wie ik ben.” “Ja, dat weet ik wel”, lacht ze. “Maar verder weet ik niets meer. Hoe komt dat toch?” “Dat is dementie, mam. Dan weet je dingen niet meer. Dat legt verbindingen in je hoofd die er niet moeten zijn en waar ze wel moeten zijn, zijn de verbindingen weg. Niet altijd, maar vaak wel.” Ze knikt. Ze herkent het.

In haar kamer ploft ze op haar bed neer. “Ik ben moe.” “Je kunt zo ook weer lekker gaan slapen. Ik vervang alleen even het dekbed. Hopelijk is dit een beetje warmer en wat zwaarder dan het dekbed dat je had. We gaan zoeken naar dingen waardoor je ’s nachts beter slaapt, maar waardoor je ook je kamer weer terug kunt vinden als je naar de wc geweest bent.” Net voor ik vertrok had ik een ingeving. Een van de schilderijen in mijn moeders kamer heeft ze altijd al erg mooi gevonden. Zo lang ik me kan herinneren heeft het bij ons in de huiskamer gehangen. Voor de zekerheid neem ik mijn camera mee, al verwacht ik dat ik voor mijn missie overdag terug moet komen. Maar nee, de plafondlamp bij mijn moeder blijkt zo fel te zijn, dat ik prima zonder flits een foto kan maken van het schilderij. Voor de zekerheid maak ik er dertig. “Hiervan laat ik een grote afdruk maken en die hang ik dan op je deur”, leg ik uit. “En al jij dan van de wc komt, is dat het eerste wat je ziet en zul je hopelijk weten dat dit jouw kamer is.” Mijn moeder vindt het een prachtig idee.

“Ze wilden je namelijk slaappillen geven, maar dat vind ik niet goed.” “Nou, slaappillen zijn  toch wel fijn?” “Ja, maar ze kunnen je ook suffer maken en dan neemt de kans dat je valt toe. En dat wil ik niet.” “O nee, dat is gevaarlijk.” “En dus zoek ik nu naar andere oplossingen. Een ander dekbed, een foto op je deur waardoor je je eigen kamer herkent en ik wil iets met een lamp uitproberen. Als je het niets vindt, halen we die weer weg. Maar als het werkt, vind ik het beter en veiliger dan pillen.” Mijn moeder vindt het een prima plan. “Maar nu wil ik graag liggen, ik ben zo moe.” Een zachte klop op de deur. De verzorgende komt nog even welterusten zeggen en vraagt of ik ook zo ga. Ik knuffel mijn moeder nog vijf keer welterusten en dan sluiten we de deur achter ons dicht. Ik aarzel. Kan ik zo wel vertrekken? Wel hoor, stelt de verzorgende me gerust. Als je moeder ligt, komt ze er meestal niet meteen weer uit. Alleen ’s nachts als ze naar de wc gaat.

Het voelt vreemd om te vertrekken terwijl mijn moeder als een klein, gerustgesteld hoopje in bed ligt. Lekker ingestopt, dat wel. Intussen overleg ik met de verzorgende over de volgende stappen op dit pad. Ik ga op zoek naar een lavalamp en ga eens denken over een lamp met een sensor. Mijn moeder knipt het licht niet aan als ze haar bed uitkomt. En dus vindt ze haar kamer ook niet terug, want die is donker. Als ze uit de helverlichte wc komt in de nacht, loopt ze naar het licht, naar de huiskamer. En vandaar wandelt ze de kamers van haar medebewoonsters in, op zoek naar haar bed. De kunst wordt dus om haar zelfstandig haar bed te kunnen laten vinden. Zonder dat de vijf andere dames rechtop in bed zitten van schrik.

1 Comment

  • Inge

    Dat van die foto is een goed idee! Ik kreeg laatst een telefoontje omdat pap de hele nacht op zijn knieën naast zijn bed had gezeten. Waarschijnlijk was dat vroeger een straf op kostschool of het kleinseminarie?

    03 Jul 2013 09:07 am ()
    Reply

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email