Voor de trein

Waarom zullen we nooit weten, waarom hij die ene ochtend uitkoos om voor de trein te gaan staan. we kunnen redenen bedenken en daarmee een kloppend plaatje maken, maar ik vraag me af of het een kloppend plaatje was. Wij kijken met onze geest naar een gebeurtenis die we eigenlijk niet kunnen bevatten.

Zo was er vandaag ook een.Wanneer ik de trap naar het perron afkom, val ik in een vreemd tafereel. Een jonge man pakt zijn mobiele telefoon en belt. “Ga je nu de politie bellen?” vraagt een iets oudere man, terwijl hij naar de trap loopt. De jongen maant een vrouw de andere man in de gaten te houden. De ene man verdwijnt, de jongen staat op het perron, met een doelloos zakje croissants in zijn hand. “Hij vroeg of ik een sigaret wilde.” Even ontspon zich een gewoon gesprek, maar dan zegt de man dat hij voor de trein gaat springen. De jongen aarzelt geen moment, hij belt direct de politie. “Geen politie”, eist de man. Maar hij heeft niets meer te eisen. De politie wordt gebeld en uitgebreid ge├»nformeerd. De vrouw en ik horen het aan en blijven erbij. Wanneer de intercity voorbijraast, is de man niet in de buurt. Alle volgende treinen zijn gewaarschuwd en kruipen het station voorbij.

Dan keert de man terug. Geen idee waarom. Als hij wil springen, kan hij ook naar de overkant, maar hij komt terug naar ons. Hij wil praten. Hij wil vertellen dat hij het even allemaal niet meer weet. Autisme, verklaart hij. Hij wil hulp, maar die kan hij hier niet krijgen. Maandag kan hij komen, maar dan wel een stad verderop. Maar alleen kan hij daar niet komen, verklaart hij. Hij wil dat de jongen met hem meereist, maar die weigert. “Straks springt hij daar voor de trein en dan heb ik dat op mijn geweten”, verklaart hij zijn weigering later tegen de politie. Die komt uiteindelijk, na eindeloos wachten. Zo voelt het tenminste.

Op het nippertje kunnen we de volgende trein nog halen. De man wordt meegenomen door de agenten. De jongen trilt nog lange tijd na.

In de trein praten de vrouw en ik nog even na. Met de snelle reactie van de jongen zijn we blij. Maar zou de man een stad verder alsnog voor de trein gesprongen zijn? Daarover zijn we verdeeld. Ik denk van niet. Voor mijn gevoel was hij echt in paniek, op een station waar hij niet hoort, in een stad die hij misschien ook niet kent. Met mijn hoofd stap je in de eerste trein die jou terugbrengt naar je eigen stad. Met zijn hoofd is dat niet mogelijk. Denk ik. Want ook ik weet het niet.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email