Weekend Hellendoorn

Het regent en het is koud. Gelukkig is er terrasverwarming, voor deze ene keer juich ik het van harte toe. Al moet ik zeggen dat ik me er af en toe een beetje klotsend onder voel. De mannen niet, die hullen zich in jassen en vesten en kruipen zo dicht mogelijk tegen de muur, pal onder de verwarming. Ergens daarvoor huppel ik met de microfoon. De mannen spelen, ik zing en het kou en regen trotserende publiek heeft zich onder de rest van de luifel geperst.

Dan valt ineens het besluit dat het zo niet meer kan. Stekkers worden losgetrokken, stoelen verschoven en binnen maken we ruimte om daar verder te spelen. En zo staan we een kwartier later midden in het restaurant. Akoestisch, met alleen de zang en bas voorzichting via een boxje. In deze setting hebben we nog niet eerder gespeeld. Niet alleen met nauwelijks versterking, maar ook tegenover elkaar, omdat we nu eenmaal in het gangpad tussen deur en keuken staan, midden in het etablissement. En dat speelt prettig! De gitaren zetten in, de bas komt erbij, de klarinet valt in en dan mag ik. Ineens heb ik, door al die pure geluiden, alle ruimte om nuances aan te brengen. Ik kan hard, zacht en af en toe zelfs broos.

Dit smaakt naar meer. Er komt weer kleur op de wangen en we spelen nog even door. En dan ineens is het afgelopen. Tussen spelen en niet spelen zit alleen een applaus. Daarna pakken we in, nemen we afscheid van de vrienden-voor-een-weekend, de kunstenaars die in het restaurant exposeren en de vaste fans. In de auto naar huis wisselen we nog even enthousiaste verhalen uit. Voor de deur van de gitarist stop ik, nog een afscheid en dan is het helemaal voorbij. Thuis geniet ik nog na door moeilijke nummers nog eens droog te oefenen, de rest denk ik er zelf glimlachend bij.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email