Zo lekker…

“Het is zo lekker”, zegt ze terwijl ze nog twee blikjes in haar kar plaatst. “Ik eet er mijn vingers bijna bij op.” Ik kijk nog eens naar de blikjes en kan het me niet helemaal voorstellen, maar vooruit, laat ik het ook maar proberen. Zuinig pak ik één blikje uit het rek. Dat mag mee naar huis.

Thuis moet het nog een week in de kelder slapen voor ik er weer aan denk. Welja, laat ik het maar eens proberen. Ik smeer een boterham en pak het ovalen blik. Er zit, zoals op elk blik tegenwoordig, een lipje aan. Ik buig het om, zodat er een gat ontstaat. Uit dat gat spuit enthousiast een rode klodder omhoog die zich direct tegen de keukenkast kleeft. “Tsss, dat had ze er weleens bij mogen vertellen”, zeg ik verwijtend tegen het blik. Het blijft roerloos staan. De saus waar op het etiket van gerept wordt, lijkt meer op olie met een kleurtje, dus eerst veeg ik dat van de kast en van de vloer waar het ook nog blijkt te liggen. Volgende poging. De vorm is onhandig en ik probeer mezelf niet in de olie te dopen. Had ik dat maar niet gedaan, want daardoor snijdt het deksel langs mijn wijsvinger, die ineens een andere kleur rood krijgt. Van schrik laat ik een volgende golf ‘saus’ ontsnappen. Aanrecht, kast en vloer krijgen allemaal een plens. Ik veeg mijn vinger schoon en probeer verder te gaan, verplaats en bakje op het aanrecht en flats, er spuit wat gemorste saus dwars door de keuken. Dan maar weer een schoonmaakactie en op zoek naar een pleister. Verbonden en schoongemaakt trek ik de deksel er nu verder zonder ongelukken af. Ik vis de handvol mosselen uit het blik en gooi de rest weg.

Ze smaken wel, die mosselen, en misschien zijn ze ook wel erg lekker, zoals de winkelende vrouw mij wilde doen geloven. Maar na zoveel actie moet het wel exquise zijn, wil ik het gevoel hebben dat het dat allemaal waard was. Volgende keer wordt het weer gewoon een potje mosselen uit het zuur. Als dat tenminste nog een ouderwetse draaideksel heeft…

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email