Zondag in de zon

Met een pot thee, bril en boek nestel ik me in de tuin. De zon schijnt en het is vrijwel windstil. In de besloten tuin is het heerlijk warm, deze vroege lentedag. Of het nu komt door het boek over ouderenzorg dat ik lees of de stilte van de zondag, maar ineens vind ik dat mijn moeder er gezellig bij moet zitten.

Vroeger betekende dat een telefoontje naar haar, “zin om langs te komen”, waarna ze in de auto zou stappen en even later bij mij in de tuin zou zitten. Al was de kans groot dat ze niet thuis was, want met zulke weer zat ze beslist op de fiets.

Nu kijk ik eerst naar de klok. Eén uur, dat betekent dat ik nog even moet wachten. Waarschijnlijk slaapt ze. Na een half uur waag ik het haar te bellen, maar niemand neemt op. Dat kan betekenen dat ze de deur uit is, maar het kan ook dat ze nog slaapt. Mijn moeder heeft geen moderniteiten als mobieltjes en telefoon naast haar bed. Dat maakt niet uit, ik neem gewoon de gok en stap in de auto. Wanneer ik aanbel, doet ze verrast open. “Dat jij weet waar ik ben!”, roept ze uit. Ik aarzel. “Eh, ik weet toch waar je woont”, probeer ik voorzichtig. “Natuurlijk. Dat was een grapje!” Ze heeft me even goed beet. Ze zit net aan de koffie. Ik sluit me daarbij aan en stel voor dat we het volgende kopje in mijn tuin drinken.

We pakken jas en tas, en de oude fotoboeken die ik even wil lenen en rijden naar mijn huis. “Hadden we dit afgesproken?”, vraagt mijn moeder. “Nee, ik had wel gebeld, maar er werd niet opgenomen. Ik nam aan dat je nog sliep.” “Ja, dat weet je dan wel. Of nee, dat weet je dan niet”, lacht ze. We praten, genieten van de strakblauwe lucht en de prachtige uitzichten die we onderweg hebben. “Ik zou toch niet zo willen wonen, in mijn eentje in zo’n afgelegen huis”, wijst mijn moeder naar een schattig huis midden in de weilanden. “Ik ook niet”, val ik haar bij.

Eenmaal in de tuin pak ik de fotoboeken erbij. Vakanties van ruim vijftig jaar geleden, studententijd, huwelijken van vrienden en familie. En dat van mijn ouders natuurlijk. En op veel foto’s mijn opa en oma. Mijn moeder geniet. En dankzij de zomertijd geniet ze een uur langer, want haar ingebouwde klok begint nu pas om half vijf te zoemen. Een kwartier eerder voorspelde ik het al tegen zoon. We drinken de koffie op en gingen weer op pad. Mijn moeder weet nog wel waar ze woont en weet ook dat ze niet naar haar flat moet, maar weet ik het wel, vraagt ze zich hardop af. Ja hoor, ik weet het. Gelukkig, want zelf zou ze niet meer weten hoe ze moet lopen. “Ik loop even mee”, zeg ik haar. En dat blijkt een goed idee, want op de deur hangt een briefje waar we de groep kunnen vinden. Ze zitten een film te kijken in het donker, op deze zonnige middag, maar ik vind het toch een leuk idee. Elke zondag doen ze iets bijzonders. Een advocaatje na de koffie, een leuke film, een mooi programma op tv, van alles om de zondag te vieren. Mijn moeder schuift er gezellig bij.

Als ik weer thuis kom, is het stil. Geen telefoontje meer om te melden dat ik weer veilig thuis ben. En geen antwoord dat het een erg gezellige middag was. Gelukkig heb ik zelf de herinnering nog. De herinnering aan een heerlijke, warme middag samen, rustig in de tuin met prachtige foto’s van voorbije tijden.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email