Zoon is een held ( 1 )

Soms zijn mensen die mij kennen volkomen stupéfait als ze het horen: ik heb ware arachnafobie. Ik praat tegen vliegen, vang zilvervisjes voor m’n kat (die ze vervolgens ook weer vangt en opeet), heb amper erg in een hooiwagen, verblik nog niet van een wesp of bij ondanks steken in het verleden, maar een spin jaagt mij regelrecht in de gordijnen. Of vandaag juist niet, want daar zat ie. En de gedachte dat ik daar geen minuut eerder nog achteloos pal naast stond om iets in de vuilnisbak te doen, vervult me met een honderdvoud van afgrijzen.

Laat ik wel even melden dat kleintjes me nou weer niks doen, al ben ik wel zo wreed ze naar een ander leven te brengen als de vorm me niet aanstaat. Niet uit designoogpunt, maar omdat ik vrees dat zij ooit van het grote foute soort zullen blijken te zijn. En dat moment wacht ik niet af.

Zo’n moment beleefden we vandaag. Of eigenlijk ik, want verder was het nog stil in huis. Maar ik wilde graag dat het een we-moment was, toen ik na een panische sprong achteruit een paar meter verderop tot bedaren probeerde te komen. Met wie kon ik dit eens gaan delen? Of eigenlijk vooral: wie zou ik kunnen vinden die die spin voor mij weghaalt? Zo hulpeloos ben ik zelden. In de loop der jaren heb ik er al veel geplet, maar altijd op plaatsen waar ik gewoon bij kan. En wat ik niet kon pletten, ging in de stofzuiger.

Natuurlijk heb ik me altijd al afgevraagd hoe ik aan deze afwijking kom. Ik kan me niet anders herinneren dan dat die angst er is. Mijn vroegste herinnering er aan is in mijn kleutertijd geweest. Beetje naar dat een van mijn eerste herinneringen er een is van een heel groot, eng beest pal voor m’n neus op de muur. En mijn harde gil, zelfs die weet ik nog, en mijn ontzettend dappere vader die in minder dan twee tellen de trap oprende. Eerder diezelfde dag vond ik het ook al vervelend, want er had er een gezeten in het hoekje van mijn kamer en mijn moeder had beloofd ‘m te zoeken. Nergens had ze ‘m meer gevonden, dus hij was vast naar buiten gegaan, meldde mijn moeder nog hoopvol toen ik wilde gaan slapen. Ik kreeg van beiden nog een nachtzoen, draaide me om en daar zat ie. Ik denk, in retrospectief, dat dat de dag is geweest dat mijn afkeer overging in angst.

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email