Zoon is een held ( 2 )

Maar hoe het werkelijk zat met het ontstaan van die angst, ontdekte ik jaren en jaren later, toen ik bij mijn ouders op bezoek was, die inmiddels op een boerderij waren gaan wonen. Terwijl ik rustig in de kamer achter de krant zat, hoorde ik een ijselijke gil vanuit de achterhal. Ik rende er natuurlijk heen en daar stond mijn moeder, op van de zenuwen, wijzend naar een spinnetje. Okee, geen heel plezierig formaat, maar ook niet iets waar ik nou beroerd van werd. Ik trapte erop en maakte m’n schoen schoon. Mijn moeder hijgde nog een tijdje na. “Ik wist niet dat jij zo bang voor spinnen was.” “Als de dood, maar ik heb altijd geprobeerd het te verbergen.” En toen viel het kwartje. Die angst moet ze toch overgedragen hebben. En die dag dat ik als vierjarige haar gevraagd had naar die spin te zoeken, moet ze doodsangsten uitgestaan hebben, bij elk speelgoedje en laken dat ze verplaatste in mijn kinderkamer.

Een paar jaar later kwam zoon. Al snel was ik met hem alleen en nam ik me één ding zeker voor: “ik wil niet dat hij zo’n angst ontwikkelt als ik. Mijn eigen angst verberg ik niet, maar ik wil ‘m ook niet overdragen.” Dus als ik een spin zag waar ik zelf nog prima tegen kon, haalde ik hem als klein ventje erbij en liet hem het beestje bestuderen en aanraken. Zoon vond alles interessant, dus ook zo’n kriebelaartje. Toen hij eens van vriendjes een set griezelbeesten kado kreeg, mocht hij er mee spelen, maar moest hij ze na het spelen aan mij afgeven, zodat ze in een speciale envelop opgeborgen werden. Nooit mochten ze blijven slingeren, want ik vond ze eng. Ik drukte hem op het hart er nooit, maar dan ook nooit een grapje mee uit te halen naar mij toe. Hij vond het geweldig jammer, maar verzon uiteindelijk maar andere grapjes.

Op een ochtend kwam ik beneden in de keuken. Zoon, inmiddels dertien, verontschuldigde zich voor een vlek op het plafond. “Hoe komt die daar dan?” “Van mijn schoen.” “Wat moet jouw schoen op het plafond?” “Eh, nou, eh, er zat een spin en ik wist dat jij dat naar zou vinden, dus ik heb hem even weggehaald.” Ik kon hem wel zoenen! Maar inmiddels was zoon op een leeftijd dat hij dat vooral niet wilde, dus heb ik uitgebreid bedankt en wat lekkers op z’n brood gedaan.

Een week geleden hoorde ik aan het begin van de avond rare geluiden op de trap. Viel hij nu naar beneden? Nou ja, er klonk geen ‘au’, dus het zou wel meevallen. “Je wilt het niet weten”, riep hij toen ik natuurlijk toch nieuwsgierig werd. “Er zit een spin, maar het is hier te donker, ik kan ‘m niet meer vinden. Blijf maar daar.” Rommel, rommel, rommel en toen triomfantelijk: “ik heb ‘m!”

Leave a Comment

Posting your comment...

Subscribe to these comments via email